Een howitzer, in het Nederlands houwitser, is een artilleriewapen dat granaten in een steile boogbaan afvuurt, waardoor doelen achter dekking, heuvels of bebouwing kunnen worden bereikt die voor vlakbaangeschut onbereikbaar zijn. Het wapen neemt daarmee een positie in tussen de vlakbaankanon en de mortier en combineert de kracht van zwaar artillerievuur met de flexibiliteit om indirecte doelen te bestrijken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de howitzer standaarduitrusting bij artillerie-eenheden van alle grote legers. Amerikaanse eenheden maakten veel gebruik van de M1 105mm howitzer en de zwaardere M1 155mm howitzer, terwijl de Britten en Canadezen vergelijkbare stukken inzetten. De Duitsers beschikten over eigen modellen zoals de leFH 18, de standaard lichte veldhouwitser van de Wehrmacht. Deze wapens konden granaten afvuren over afstanden van vele kilometers en waren daarmee in staat om doelen te bestrijken die ver achter de frontlinie lagen.
Bij de bevrijding van Nederland in 1944 en 1945 speelden howitzers een cruciale rol in de geallieerde aanvalstactiek. Voordat infanterie een aanval inzette op een verdedigde positie, vuurden artillerie-eenheden met howitzers salvo’s op de vijandelijke stellingen om de verdediging te verzwakken en de bewegingsvrijheid van de Duitsers te beperken. Die artillerievoorbereiding was bepalend voor het succes van aanvallen op dijken, dorpen en versterkte rivieroevers. Bij de oversteek van de grote Nederlandse rivieren, de Maas, de Waal en de Rijn, dekten howitzers de overtrekkende infanterie af met vuursteun vanuit de zuidelijke oever.
Voor de burgerbevolking in gebieden waar howitzers in actie kwamen, was het geluid van artillerievuur een van de meest indringende ervaringen van de bevrijding. Het zware dreunende geluid van afgevuurde granaten en de explosies van inslagen, soms op slechts enkele honderden meters afstand, maakten de nabijheid van het front onmiskenbaar. Huizen trilden, ramen sprongen en mensen zochten bescherming in kelders, wetende dat de bevrijding naderbij kwam maar ook dat het gevaar nog niet voorbij was.
Na de bevrijding bleven howitzers nog lange tijd zichtbaar in het Nederlandse landschap als achtergelaten of gesneuveld materieel, langzaam weggezonken in de zachte poldergrond of opgeslokt door de vegetatie langs rivieroevers.