De naam Schmeisser is tijdens en na de Tweede Wereldoorlog gangbaar geworden als volksnaam voor de MP40, het Duitse automatische vuurwapen dat het gezicht werd van de bewapende bezetter in bezet Europa. Die naam is echter technisch onjuist: de MP40 werd ontworpen door Heinrich Vollmer, niet door Hugo Schmeisser, de wapenfabrikant wiens naam op de patroonhouder stond gestempeld en die daardoor ten onrechte met het wapen werd geassocieerd. Desondanks bleef de naam Schmeisser in de volksmond hangen, een voorbeeld van hoe oorlogsmythologie soms hardnekkiger is dan de historische feiten.
Hugo Schmeisser was wel degelijk een invloedrijke wapenfabrikant die andere automatische vuurwapens ontwierp, waaronder de MP18 uit de Eerste Wereldoorlog en de MP41, maar de MP40 was niet zijn ontwerp. Die verwarring ontstond doordat de patroonhouders van de MP40 werden geproduceerd in de fabriek van Schmeisser in Suhl, en geallieerde soldaten die het wapen voor het eerst tegenkwamen de naam op de patroonhouder associeerden met het hele wapen.
Voor de Nederlandse burgerbevolking maakte die technische distinctie geen enkel verschil. Wat telde was de aanwezigheid van het wapen in de handen van de bezetter. Of men het een Schmeisser, een MP40 of iets anders noemde, het automatische vuurwapen dat soldaten droegen bij razzia’s, controleposten en arrestaties was een direct symbool van de bezettingsmacht. Het kenmerkende uiterlijk, de inklapbare metalen kolf en het naar voren stekende gebogen magazijn, was voor iedereen die de bezetting meemaakte onmiskenbaar herkenbaar.
Na de bevrijding bleef de naam Schmeisser in gebruik in films, boeken en populaire geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog, waardoor de verwarring tussen de volksnaam en de technische aanduiding MP40 tot op de dag van vandaag voortduurt. In museale context is het van belang beide namen te kennen: Schmeisser als de volksnaam die mensen gebruiken en MP40 als de correcte militaire aanduiding van het wapen dat zo bepalend was voor het beeld van de bezetting.