Een bonkaart was een klein rechthoekig kartonnen document, verdeeld in vakjes met afscheurbare bonnen, dat tijdens de Duitse bezetting van Nederland bepaalde of iemand recht had op voedsel, brandstof, kleding en andere schaarse goederen. Het was een alledaags object dat mensen dagelijks in handen hadden, maar de betekenis ervan reikte veel verder dan zijn bescheiden formaat deed vermoeden. Een bonkaart was in bezet Nederland een bewijs van bestaan, een sleutel tot overleven en voor velen een dagelijkse herinnering aan de controle die de bezetter uitoefende over het meest basale aspect van het leven.
De bonkaart werd periodiek uitgereikt door de gemeentelijke distributiedienst aan iedereen die officieel was geregistreerd in het bevolkingsregister. Op de kaart stonden bonnen voor verschillende productcategorieën: brood, vlees, vet, suiker, aardappelen en andere basisvoedingsmiddelen. Bij elke aankoop scheurde de winkelier de bijbehorende bon af, waarna die bon naar de distributiedienst ging als bewijs van uitgifte. Het systeem was bureaucratisch en omslachtig, maar functioneerde jarenlang als het primaire middel waarmee de bezetter de voedselverdeling reguleerde.
Voor de mensen die er dagelijks mee leefden was de bonkaart een bron van constante zorg en berekening. Hoeveel bonnen waren er nog over? Was er genoeg voor het einde van de week? Kon een bon worden bewaard voor later of moest hij nu worden gebruikt? Die dagelijkse rekensom, vroeger onvoorstelbaar voor mensen die gewend waren vrijelijk voedsel te kopen, werd een vaste routine die het ritme van het bezettingsleven bepaalde.
Voor onderduikers was de bonkaart het meest directe bewijs van hun kwetsbaarheid. Zonder officiële registratie geen bonkaart, zonder bonkaart geen recht op voedsel. Families die onderduikers verborgen hielden, deelden hun eigen bonkaart of waren afhankelijk van gestolen en vervalste exemplaren die door het verzet werden verspreid. Die deling van een bonkaart was een daad van solidariteit die dagelijks werd herhaald en die mensen bond in een netwerk van wederzijdse afhankelijkheid en gedeeld risico.