Een bunker is een versterkte, veelal ondergrondse of halfondergrondse constructie van gewapend beton, bedoeld om mensen en uitrusting te beschermen tegen beschietingen, bombardementen en andere vormen van aanval. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de bunker een van de meest kenmerkende bouwwerken van de bezetting, zichtbaar aanwezig in het landschap van bezet Europa.
Na de inval in Nederland in mei 1940 begon de Duitse bezetter al snel met de aanleg van een uitgebreid verdedigingssysteem langs de Nederlandse kust. Als onderdeel van de Atlantikwall, een reeks verdedigingswerken die zich uitstrekte van Noorwegen tot aan de Spaanse grens, werden ook langs de Nederlandse kustlijn en op strategische punten in het binnenland honderden bunkers gebouwd. Zij dienden als commandopost, munitiedepot, geschutstelling of observatiepost. Voor de bouw werden grote aantallen dwangarbeiders en krijgsgevangenen ingezet, vaak onder barre omstandigheden.
De aanwezigheid van bunkers veranderde het dagelijks leven van de burgerbevolking ingrijpend. Strandgebieden werden afgesloten, duinen omgevormd tot militaire zones en kustdorpen deels ontruimd. Mensen die generaties lang aan zee hadden gewoond, werden weggestuurd uit hun eigen omgeving. De bunkers waren een tastbaar symbool van bezetting: permanente, massieve structuren die de aanwezigheid van de bezetter letterlijk in het landschap betoneerden.
Tegelijk zochten burgers zelf soms beschutting in bunkerconstructies tijdens bombardementen. Schuilkelders en versterkte ruimtes boden een gevoel van veiligheid in een tijd van luchtaanvallen en artilleriebeschietingen. In steden waar hevig werd gevochten tijdens de bevrijding, zoals in Zeeland en Brabant in 1944, waren bunkers zowel doelwit als schuilplaats, afhankelijk van wie ze bezette.
Na de bevrijding bleven de bunkers als littekens in het landschap achter. Velen zijn tot op de dag van vandaag bewaard gebleven, langs de kust maar ook verder landinwaarts. Ze vormen stille getuigen van vijf jaar bezetting en zijn inmiddels een vast onderdeel van de Nederlandse herinneringscultuur. Sommige zijn omgebouwd tot museum of monument, andere liggen verlaten in de duinen en weilanden, langzaam opgeslokt door de natuur maar nog altijd zichtbaar voor wie weet waar te kijken.