Het Duitse leger verwijst naar de landmacht van Duitsland. In de context van de Tweede Wereldoorlog wordt daarmee meestal het leger van nazi-Duitsland bedoeld, dat onderdeel vormde van de Duitse krijgsmacht tussen 1939 en 1945. Het Duitse leger speelde een centrale rol bij de verovering van grote delen van Europa en was ook verantwoordelijk voor de bezetting van Nederland vanaf mei 1940.
Tijdens de oorlog was het Duitse leger veel meer dan een gevechtsmacht aan het front. Achter de frontlinies hield het zich bezig met de bezetting van gebieden, het bewaken van strategische locaties, het beschermen van transportverbindingen en het ondersteunen van de Duitse oorlogsindustrie. Wegen, spoorlijnen, bruggen en havens waren van groot belang voor de aanvoer van manschappen, voertuigen, brandstof en munitie. De controle over deze logistieke netwerken was essentieel voor het voortzetten van de oorlog.
Voor de Nederlandse bevolking werd de aanwezigheid van het Duitse leger een dagelijks onderdeel van het leven. Soldaten waren zichtbaar in steden en dorpen, namen gebouwen in gebruik en oefenden invloed uit op het openbare leven. De bezetting bracht beperkingen, schaarste en onzekerheid met zich mee. Veel burgers kregen te maken met vorderingen van goederen, verplichte maatregelen en toenemende controle. Tegelijkertijd ontstonden er vormen van verzet, terwijl anderen moesten onderduiken om arrestatie of gedwongen arbeid te voorkomen.
Naarmate de oorlog vorderde, kreeg het Duitse leger te maken met groeiende tekorten aan personeel, brandstof en materieel. Na de geallieerde landing in Normandië in juni 1944 werd de militaire situatie voor Duitsland steeds moeilijker. Tijdens de bevrijding van Nederland vonden op verschillende plaatsen gevechten plaats tussen terugtrekkende Duitse troepen en oprukkende geallieerde eenheden. Daarbij werden regelmatig bruggen opgeblazen om de opmars te vertragen, wat het belang van noodbruggen en militair transport nog duidelijker maakte.
De geschiedenis van het Duitse leger is nauw verbonden met de ervaringen van zowel militairen als burgers tijdens de oorlog. Voor musea die de Tweede Wereldoorlog belichten, vormt dit onderwerp een belangrijk uitgangspunt om te laten zien hoe militaire operaties, logistiek, bezetting en persoonlijke levensverhalen met elkaar verweven waren. Door objecten, voertuigen, documenten en getuigenissen te bestuderen, wordt zichtbaar hoe de aanwezigheid van het Duitse leger ingrijpende gevolgen had voor het dagelijks leven en voor de loop van de oorlog in Europa.