In de Nederlandse wateren voerde de Duitse marine tijdens de bezetting een stille maar ingrijpende aanwezigheid die het dagelijks leven van kustbewoners, vissers en scheepvaarders direct raakte. Het IJsselmeer, de Waddenzee, de Zeeuwse wateren en de Noordzeekust voor de Nederlandse kust werden onderdeel van een maritiem bezettingssysteem dat even omvattend was als de bezetting op het land.
Vanuit Nederlandse havens als Den Helder, IJmuiden en Vlissingen opereerde de Kriegsmarine met een breed spectrum aan vaartuigen. Mijnleggers zaaide de Noordzee en de kustwateren vol met duizenden mijnen die geallieerde schepen moesten weren en die na de oorlog nog jaren een dodelijke erfenis zouden vormen. Torpedoboten en Schnellboote, kleine maar snelle aanvalsvaartuigen, voerden nachtelijke aanvallen uit op geallieerde konvooien in de Noordzee en keerden voor het ochtendgloren terug naar Nederlandse havens. Patrouillevaartuigen controleerden het scheepvaartverkeer op het IJsselmeer en de grote rivieren, inspecteerden vrachtschepen op smokkelwaar en hielden verdachte bewegingen in de gaten.
Voor de Nederlandse vissersbevolking was de aanwezigheid van de Kriegsmarine een directe beperking van hun bestaansmogelijkheden. Grote delen van de Noordzee en het IJsselmeer werden afgesloten voor de visserij, officeel vanwege militaire veiligheid maar in de praktijk ook als controlemaatregel over een bevolkingsgroep die de kust en de wateren kende als geen ander. Vissers die generaties lang vrij hadden gevaren op het IJsselmeer, moesten nu toestemming vragen voor elke uitvaart en werden gevolgd door patrouillevaartuigen die hun bewegingen in de gaten hielden.
Die kennis van de wateren die de vissers bezaten werd tegelijk een wapen in handen van het verzet. Mensen die wisten waar de ondiepten lagen, waar de stroming sterk was en welke routes ’s nachts onzichtbaar waren voor patrouillevaartuigen, konden die kennis gebruiken voor clandestien transport van onderduikers, wapens en berichten. De Kriegsmarine controleerde de Nederlandse wateren maar kon nooit volledig voorkomen dat mensen die de zee kenden haar grenzen omzeilden.