De mannen die de GMC army trucks van de Red Ball Express bestuurden waren de onzichtbare motor achter de bevrijding van West-Europa. Terwijl generaals strategieën uitstippelden en infanteristen vochten aan het front, reden de chauffeurs van de Red Ball Express dag en nacht over gereserveerde routes door Frankrijk en België, volgeladen met de voorraden die de opmars mogelijk maakten. Zonder hen stonden de tanks stil, zweeg het geschut en had de infanterie geen voedsel. Toch zijn zij in de herinneringscultuur nauwelijks zichtbaar gebleven.
De Red Ball Express was een logistieke noodoplossing die werd opgezet in augustus 1944, toen de geallieerde opmars zo snel ging dat de normale bevoorradingsketen het tempo niet kon bijhouden. Depots lagen nog ver achter in Normandië terwijl het front al honderden kilometers verder was opgeschoven. De oplossing was even eenvoudig als uitputtend: reserveer twee eenrichtingswegen voor uitsluitend militair transport, stuur er duizenden GMC trucks op en laat ze rijden totdat de voorraden zijn afgeleverd, zonder ophouden, dag en nacht.
De chauffeurs reden shifts van twintig uur of meer, op wegen die slecht verlicht waren en zwaar belast door het constante verkeer. Slaap was een luxe die tussen ritten door werd gepakt, in de cabine of naast de truck aan de kant van de weg. Voertuigstoringen werden ter plekke gerepareerd of de lading werd overgeladen op een andere truck. Het systeem draaide op uitputting en improvisatie, maar het werkte: op het hoogtepunt vervoerde de Red Ball Express meer dan 12.000 ton voorraden per dag.
Een groot deel van de chauffeurs waren Afro-Amerikaanse soldaten, georganiseerd in gesegregeerde eenheden in een leger dat de gelijkheid die het in Europa verdedigde thuis nog niet in praktijk bracht. Die mannen reden voor de vrijheid van een continent terwijl hun eigen burgerrechten thuis werden ontzegd, een contradictie die velen zich bewust waren en die na de oorlog bijdroeg aan de burgerrechtenbeweging die Amerika zou transformeren.