De Royal Navy was tijdens de Tweede Wereldoorlog de marine van het Verenigd Koninkrijk en een van de grootste en meest actieve zeemachten ter wereld. Zij speelde een cruciale rol in de strijd op de oceanen, in de bescherming van aanvoerlijnen en in de ondersteuning van grote militaire operaties, waaronder de bevrijding van West-Europa.
Een van de meest fundamentele taken van de Royal Navy was het beschermen van de Atlantische konvooiroutes. Groot-Brittannië was volledig afhankelijk van aanvoer over zee voor voedsel, brandstof en militair materieel. Duitse onderzeeërs voerden een meedogenloze campagne om die aanvoerlijnen te verstoren, en in de eerste jaren van de oorlog leden de geallieerden enorme verliezen. De Royal Navy ontwikkelde steeds effectievere methoden om U-boten op te sporen en te vernietigen, onder andere door gebruik van sonar, dieptebommen en luchtpatrouillevliegtuigen. Het winnen van de Battle of the Atlantic was een voorwaarde voor alles wat daarna volgde, inclusief de bevrijding van Nederland.
Bij D-Day op 6 juni 1944 leverde de Royal Navy een essentiële bijdrage aan de grootste amfibische operatie uit de geschiedenis. Honderden Britse oorlogsschepen beschoten de Duitse kustverdediging, escorteerden de troepentransportschepen en ondersteunden de landingstroepen met artillerievuur vanuit zee. Zonder die maritieme steun had de landing in Normandië niet kunnen slagen, en zonder D-Day was de bevrijding van West-Europa, inclusief Nederland, niet mogelijk geweest.
In de Nederlandse wateren speelde de Royal Navy een directe rol bij de bevrijding van Zeeland in het najaar van 1944. Tijdens de Slag om de Schelde werkten Britse marineschepen samen met Canadese grondtroepen en RAF-vliegtuigen om de Westerschelde vrij te maken, zodat de haven van Antwerpen operationeel kon worden. Die haven was de logistieke sleutel tot de verdere bevrijding van Nederland: zonder vrije doorvaart over de Schelde geen werkende aanvoerlijn, en zonder aanvoerlijn geen opmars.
Voor Nederlandse zeelieden die na de bezetting waren uitgeweken naar Engeland, bood de Royal Navy een structuur om verder te blijven vechten. Nederlandse marineschepen opereerden zij aan zij met de Royal Navy in de Noordzee en de Atlantische Oceaan, een samenwerking die de band tussen Nederland en Groot-Brittannië tijdens de bezettingsjaren concreet en operationeel maakte.