De Atlantikwall was een uitgestrekt Duits verdedigingssysteem dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd aangelegd langs de Atlantische kust van Europa, van Noorwegen tot aan de Spaanse grens. Het systeem bestond uit bunkers, geschutsstellingen, prikkeldraadversperringen, mijnen en observatieposten, bedoeld om een geallieerde landing vanuit zee te voorkomen. De bouw begon in 1942 op bevel van Adolf Hitler en werd in de jaren daarna op grote schaal uitgebreid, hoewel het systeem bij de geallieerde landing in Normandië in juni 1944 lang niet overal voltooid was.
In Nederland was de Atlantikwall nadrukkelijk aanwezig. De gehele Nederlandse kustlijn, van Zeeland tot aan de Waddeneilanden, werd onderdeel van het verdedigingssysteem. Strandgebieden werden afgesloten voor burgers, duinen omgevormd tot militaire zones en kustdorpen deels of volledig ontruimd. Inwoners van plaatsen langs de kust werden gedwongen hun huizen te verlaten, soms binnen enkele dagen, om ruimte te maken voor bunkers en geschutsopstellingen. Voor deze mensen betekende de Atlantikwall een directe ingreep in hun dagelijks leven, een gedwongen breuk met huis, grond en gemeenschap.
Voor de bouw werden op grote schaal dwangarbeiders, kriegsgefangenen en gedeporteerden ingezet. Onder zware omstandigheden stortten zij tonnen beton in mallen die de kustlinie moesten omvormen tot een onneembare vesting. De materialen en mankracht die in de Atlantikwall werden gestoken, waren enorm, en het systeem vroeg een logistieke inspanning die zijn weerga niet kende in de bezettingsgeschiedenis van Nederland.
Bij de geallieerde landing in Normandië op 6 juni 1944 bleek de Atlantikwall op de aanvalspunten onvoldoende om de landing te stoppen. Hoewel de verdediging op sommige stranden, met name Omaha Beach, de geallieerden zware verliezen toebracht, slaagden de landingstroepen er toch in voet aan wal te zetten. De mythe van de onneembare muur bleek groter dan de werkelijkheid.
Langs de Nederlandse kust bleven grote delen van de Atlantikwall na de oorlog intact. Bunkers staken omhoog uit de duinen, half begraven door zand en begroeid met struiken, maar nog altijd zichtbaar als betonnen restanten van de bezetting. Ze vormen tot op de dag van vandaag een onderdeel van de Nederlandse herinneringscultuur en herinneren aan de jaren waarin de kust geen vrij gebied was, maar een militaire grens tussen bezet Europa en de buitenwereld.