Een mortar, in het Nederlands mortier, was tijdens de bevrijding van Nederland in 1944 en 1945 een van de wapens die de grens tussen frontlinie en burgerleven het meest direct deed vervagen. Het steil-vurende wapen, dat granaten in een hoge boogbaan over hindernissen heen afvuurde, was aan beide zijden van het front aanwezig en trof doelen die voor andere wapens onbereikbaar waren.
In het Nederlandse landschap, met zijn smalle dijken, dichte bebouwing en talloze watergangen, was de mortar bijzonder effectief als verdedigingswapen. Duitse eenheden die zich terugtrokken of verschansten in dorpen en steden, plaatsten mortarstellingen achter gebouwen, dijklichamen en boomgaarden vanwaar zij oprukkende geallieerde infanterie konden bestoken zonder zelf zichtbaar te zijn. Voor Canadese en Britse infanteristen die in de herfst en winter van 1944 door Brabant, Zeeland en later de Betuwe optrokken, was mortiervuur een van de gevaarlijkste en meest constante bedreigingen van de bevrijdingsstrijd.
De geallieerden zetten mortars op hun beurt in om Duitse stellingen te neutraliseren voordat infanterie een aanval inzette. In plaatsen als Bergen op Zoom, Roosendaal en later bij de oversteek van de grote rivieren werd mortiervuur gebruikt om verdedigers uit hun posities te dwingen of te neutraliseren. Die beschietingen richtten echter ook schade aan aan woningen, kerken en andere burgergebouwen, met soms fatale gevolgen voor bewoners die geen of te weinig schuilgelegenheid hadden.
Voor de burgerbevolking in bevochten gebieden was het geluid van een afgevuurde mortar en de korte stilte voor de inslag een van de meest angstaanjagende ervaringen van de bevrijding. Anders dan artillerie gaf de mortar nauwelijks waarschuwing. Mensen die schuilden in kelders hoorden de inslag boven zich zonder te weten waar de volgende granaat zou neerkomen. In dorpen waar dagen- of wekenlang werd gevochten, leefden burgers in voortdurende onzekerheid, gevangen tussen de terugtrekkende bezetter en de oprukkende bevrijder.
Die tweeslachtigheid, bevrijding die gepaard ging met vernietiging, is een van de meest indringende aspecten van de Nederlandse bevrijdingsgeschiedenis. De mortar belichaamt dat spanningsveld: een wapen dat de opmars mogelijk maakte, maar tegelijk sporen naliet in het landschap en in de levens van mensen die de bevrijding van dichtbij meemaakten.