Een WO2 uniform in een museumvitrine is meer dan een kledingstuk achter glas. Het is een object dat ooit tegen menselijke huid heeft gelegen, dat zweet en modder heeft geabsorbeerd, dat werd gedragen door iemand die bang was, moe was en ver van huis was. Die menselijke lading maakt het uniform tot een van de meest directe en emotioneel beladen objecten die een museum kan bewaren, en tegelijk tot een van de meest uitdagende om op de juiste manier te presenteren.
De conservering van WO2-uniformen is een specialisme dat ver gaat voorbij het gewone bewaren van textiel. Wollen velduniformen zijn kwetsbaar voor motaanvallen en schimmel, katoenen onderdelen vergelen en worden broos bij onvoldoende klimaatbeheersing en metalen insignes en knopen kunnen roesten en daarmee de stof rondom beschadigen. Musea die uniformen in hun collectie bewaren investeren in klimaatgecontroleerde opslagruimtes waar temperatuur en luchtvochtigheid constant worden gehouden, en in regelmatige inspectie en behandeling van kwetsbare objecten.
De restauratie van een beschadigd WO2-uniform roept ethische vragen op die museumsconservatoren voortdurend bezighouden. Moet een scheur worden gerepareerd of is die scheur zelf historisch bewijs van wat het uniform heeft meegemaakt? Moet een vlek worden verwijderd of vertelt die vlek een verhaal dat bewaard moet blijven? De algemene filosofie in de museumswereld is dat conservering prioriteit heeft boven restauratie: het object stabiliseren en achteruitgang voorkomen is belangrijker dan het terugbrengen naar een originele staat die nooit volledig kan worden gereconstrueerd.
Oorlogsmuseum Medemblik bewaart uniformen van zowel de bezetter als de bevrijders als onderdeel van zijn collectie, elk met hun eigen verhaal en hun eigen historische context. Die objecten naast elkaar presenteren, het Feldgrau van de Wehrmacht naast het kaki van de Canadese bevrijder, is een curatoriale keuze die de complexiteit van de oorlog zichtbaar maakt zonder te oordelen over de dragers maar wel over de systemen die hen in die uniformen hadden gestoken.