Het distributiesysteem was tijdens de Duitse bezetting van Nederland het mechanisme waarmee de bezetter de verdeling van schaarse goederen reguleerde en controleerde. Via een uitgebreid stelsel van bonkaarten, stamkaarten en distributiebonnen werd bepaald hoeveel voedsel, brandstof, kleding, schoeisel en andere eerste levensbehoeften een persoon per week of per maand mocht kopen. Het systeem raakte aan vrijwel elk aspect van het dagelijks leven en transformeerde de meest gewone handelingen, een brood kopen, een paar schoenen aanschaffen, de kachel aansteken, in administratieve procedures die afhingen van de goedkeuring van de bezetter.
Het distributiesysteem werd in Nederland ingevoerd kort na de bezetting in 1940 en was aanvankelijk gebaseerd op bestaande Nederlandse noodplannen voor schaarste. In de eerste bezettingsmaanden functioneerde het redelijk: er was nog voldoende voedsel beschikbaar en de rantsoenen waren aanvaardbaar. Maar naarmate de bezetting vorderde en de bezetter steeds meer Nederlandse producten en grondstoffen opëiste voor de Duitse oorlogseconomie, werden de rantsoenen kleiner en de bonkaarten minder waard. Wat aanvankelijk een noodmaatregel leek, werd een permanent instrument van controle en uitbuiting.
De bureaucratische structuur van het systeem was even uitgebreid als doeltreffend. Gemeentelijke distributiediensten registreerden de bevolking, gaven bonkaarten uit en controleerden de naleving. Winkeliers moesten bonnen innemen en verantwoording afleggen over hun voorraden. De koppeling tussen persoonsregistratie en voedseldistributie maakte het systeem tot een krachtig controlemechanisme: wie niet geregistreerd stond, had officieel geen recht op voedsel en kon niet overleven zonder illegale hulp.
Voor het verzet was het distributiesysteem daarmee zowel een obstakel als een doelwit. Onderduikers hadden bonnen nodig om te overleven, en verzetsgroepen organiseerden overvallen op distributiekantoren om bonkaarten te stelen die aan onderduikers konden worden verstrekt. Die overvallen waren gevaarlijk maar noodzakelijk: zonder gestolen of vervalste bonnen was het onmogelijk tienduizenden onderduikers van voedsel te voorzien zonder dat zij zichtbaar werden in het officiële systeem.