Een gasmasker is een beschermend masker dat het gezicht bedekt en via een filter de ingeademde lucht reinigt van giftige gassen, rook of andere schadelijke stoffen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gasmasker standaarduitrusting voor zowel militairen als burgers in veel landen, niet omdat gifgas daadwerkelijk op grote schaal werd ingezet, maar omdat de angst daarvoor alomtegenwoordig was.
Die angst was begrijpelijk. In de Eerste Wereldoorlog hadden gifgasaanvallen tienduizenden slachtoffers gemaakt en diepe trauma’s nagelaten bij overlevenden en samenlevingen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, verwachtten militaire planners en regeringen dat gifgas opnieuw zou worden ingezet. In Nederland werden dan ook gasmaskers gedistribueerd aan de bevolking en werden overheidsinstructies uitgegeven over hoe te handelen bij een gasaanval. Scholen oefenden gasoefeningen, en het masker werd een vertrouwd maar onheilspellend object in het dagelijks leven.
Voor soldaten aan alle kanten van het conflict was het gasmasker verplichte uitrusting die altijd binnen handbereik moest zijn. Duitse soldaten droegen het in een kenmerkende cilindrische metalen koker, geallieerde soldaten in een canvas tas aan de uitrustingriem. Het gewicht en de omvang van het masker waren een extra last bovenop de al zware uitrusting die infanteristen dagelijks droegen. Ondanks dat gifgas in de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk niet als wapen op het westelijk front werd ingezet, bleef het masker gedurende de hele oorlog onderdeel van de standaarduitrusting, omdat geen enkele commandant het risico wilde nemen zijn troepen onbeschermd te laten.
Voor de Nederlandse burgerbevolking had het gasmasker een bijzondere psychologische betekenis. Het object symboliseerde de dreiging van een oorlog die alle grenzen overschreed, een oorlog waarbij zelfs de lucht die men inademde gevaarlijk kon zijn. Kinderen die met een gasmasker op naar school gingen, volwassenen die het bij zich droegen tijdens luchtalarms, het waren beelden die de alomtegenwoordigheid van de oorlog in het dagelijks leven zichtbaar maakten.
Na de oorlog bleven gasmaskers achter in kelders, op zolders en in de boedels van mensen die ze nooit hadden hoeven gebruiken. In museale collecties zijn ze tastbare herinneringen aan een tijd van collectieve angst, aan de manier waarop oorlog zich nestelde in elk aspect van het leven, ook in de meest basale handeling van ademen.