Brandstoftransport was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de meest kritieke en meest kwetsbare schakels in de militaire logistieke keten. Een leger dat vecht heeft munitie en voedsel nodig, maar zonder brandstof staat alles stil: tanks, vliegtuigen, vrachtauto’s en de ontelbare andere gemotoriseerde voertuigen die de moderne oorlogsvoering mogelijk maakten. Het transport van die brandstof van productielocaties en havens naar de frontlinie was een logistieke uitdaging van de eerste orde die elke dag opnieuw moest worden opgelost.
De aanvoerketen voor brandstof begon ver van het front. Ruwe olie werd verscheept vanuit Amerika en het Midden-Oosten naar Britse raffinaderijen, waar zij werd verwerkt tot benzine en diesel. Die producten werden vervolgens verscheept naar continentale havens, in de beginfase van de bevrijding voornamelijk via de stranden van Normandië en later via de haven van Antwerpen. Vanuit die aanvoerpunten werd de brandstof over steeds langere afstanden getransporteerd naar de snel oprukkende frontlinie, aanvankelijk per tankwagen over de weg maar ook via een opmerkelijk innovatief systeem: PLUTO, de afkorting van Pipe Line Under The Ocean, een onderzeese pijpleiding die brandstof rechtstreeks van Engeland naar het Europese vasteland pompte.
Bij de bevrijding van Nederland in 1944 en 1945 was brandstoftransport een constante bron van zorg voor de geallieerde logistici. De snelle opmars in september 1944, die in korte tijd de zuidelijke Nederlandse provincies bevrijdde, rekten de bevoorradingslijnen zo ver uit dat tankwagens soms meer brandstof verbruikten op de heen- en terugreis dan zij konden afleveren aan het front. Die paradox van brandstoftransport dat zijn eigen brandstof opbrandt, was een van de meest fundamentele uitdagingen van de moderne gemotoriseerde oorlogsvoering.
Jerrycans speelden een cruciale rol in het overbruggen van de laatste kilometers tussen depot en voertuig. Waar tankwagens niet konden komen vanwege beschadigde wegen, smalle dijken of gevaarlijk dichtbij de frontlinie gelegen posities, namen soldaten de brandstof over in jerrycans die met de hand of per lichte voertuigen werden vervoerd. Die laatste schakel in de brandstofketen, van depot naar voertuig via jerrycan en menselijke kracht, was even onmisbaar als de grote tankwagens en pijpleidingen die eerder in de keten hun werk deden.