Het K-rantsoen was specifiek ontworpen voor één situatie die het meest extreme einde van de militaire logistiek vertegenwoordigde: de individuele soldaat die volledig afgesneden was van elke bevoorradingsketen en die moest overleven op wat hij zelf bij zich droeg. Voor de para’s die tijdens Operatie Market Garden in september 1944 boven Nederland sprongen, was het K-rantsoen in hun uitrustingszakken de enige voedselzekerheid in een situatie waar niets zeker was.
De Amerikaanse voedingswetenschapper Ancel Keys ontwikkelde het K-rantsoen in 1941 specifiek voor parachutisten en andere eenheden die snel moesten bewegen zonder afhankelijk te zijn van bevoorradingskolonnes. De naam verwees naar zijn eigen initiaal, maar in de volksmond van de soldaten die het aten stond de K voor andere, minder vleiende omschrijvingen. Het rantsoen moest passen in de zakken van een gevechtstenue, genoeg calorieën bevatten voor één dag intensief gevecht en bestand zijn tegen de extreme omstandigheden van een parachutesprong, van de schok van de landing tot de temperatuurwisselingen van een hoge vliegtuigvlucht.
Een volledig K-rantsoen voor één dag bestond uit drie identieke eenheden voor ontbijt, lunch en diner, elk verpakt in een waterbestendige kartonnen doos ter grootte van een sigarettendoosje. De inhoud varieerde per eenheid: geperste eieren of vleesbiscuits voor ontbijt, vleessoep of kaas voor lunch, en een vleesblokje voor diner, aangevuld met crackers, bouillonblokjes, harde snoepjes, koffiepoeder, suiker en sigaretten. Die samenstelling leverde ongeveer 3.000 calorieën per dag, voldoende voor basisfunctionering maar onvoldoende voor de extreme fysieke inspanning van gevechten en marsen die de para’s bij Market Garden wachtten.
Voor de Britse para’s die bij Arnhem landden en negen dagen lang vochten terwijl hun bevoorradingssituatie steeds desperater werd, was het K-rantsoen al snel uitgeput. De luchtdroppings die versterkingen en voorraden moesten brengen vielen grotendeels in Duitse handen, en de mannen die standhielden in Oosterbeek deelden de laatste restanten van hun rantsoenen terwijl de hoop op ontzet vervloog.