De Red Ball Express was een noodbevoorradingssysteem dat van augustus tot november 1944 non-stop opereerde om de razendsnelle geallieerde opmars door Frankrijk en België van de noodzakelijke voorraden te voorzien. Het systeem bestond uit duizenden vrachtauto’s, voornamelijk GMC CCKW trucks, die over gereserveerde eenrichtingsroutes reden op een schema dat geen enkele onderbreking kende. Dag en nacht, zeven dagen per week, reden de chauffeurs van de bevoorradingsdepots aan de Normandische kust naar de voortdurend opschuivende frontlinie, honderden kilometers verderop.
De naam verwees naar de rode ballen die op de voertuigen en langs de route werden geschilderd als herkenningssymbool voor het exclusieve snelwegsysteem. Andere voertuigen mochten die routes niet gebruiken: de Red Ball Express had absolute prioriteit. Op het hoogtepunt van de operatie reden meer dan 6.000 voertuigen dagelijks over de aangewezen routes en vervoerden zij tot 12.000 ton aan voorraden per dag, een logistieke prestatie die ongekend was in de militaire geschiedenis.
De chauffeurs van de Red Ball Express waren voor een groot deel Afro-Amerikaanse soldaten, georganiseerd in gesegregeerde transportcompagnieën in een Amerikaans leger dat nog altijd officieel gesegregeerd was. Die mannen, die thuis in de Verenigde Staten de volle burgerrechten werden ontzegd, reden dag en nacht door om een Europa te bevrijden van een ideologie van rassenhaat. Die paradox was niet onopgemerkt bij de mannen zelf, en de Red Ball Express werd na de oorlog een symbool van zowel de bijdrage als de onrechtvaardigheid waarmee Afro-Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog werden behandeld.
Voor de bevrijding van Nederland had de Red Ball Express directe gevolgen. De snelle opmars die in september 1944 de eerste Nederlandse provincies bevrijdde, was alleen mogelijk doordat de bevoorradingsketen via de Red Ball Express lange tijd standhield. Toen de opmars stagneerde en de frontlinie zich stabiliseerde langs de grote rivieren, verloor het systeem zijn urgentie maar bleef de logistieke erfenis ervan bepalend voor hoe de geallieerden de rest van de bevrijding organiseerden.