Achter elke gevechtshandeling van het Amerikaanse leger tijdens de bevrijding van Nederland ging een logistieke organisatie schuil die in omvang en complexiteit alles overtrof wat tot dan toe in de militaire geschiedenis was gezien. Het Amerikaanse leger dat in 1944 en 1945 door Europa optrok, was niet alleen een strijdmacht maar ook een rijdende stad, een zwevend ziekenhuis en een mobiele fabriek tegelijk.
De schaal van die organisatie was duizelingwekkend. Elke Amerikaanse infanteriedivisie van ongeveer 15.000 man had dagelijks honderden tonnen aan voorraden nodig: munitie, brandstof, voedsel, medische benodigdheden, reserveonderdelen en kleding. Die voorraden moesten worden aangevoerd via een keten die begon in Amerikaanse fabrieken, via de Atlantische Oceaan liep, door Engelse en later Normandische havens ging en via een netwerk van wegen, spoorlijnen en waterwegen het front bereikte. Elke schakel in die keten moest functioneren, want een storing ergens betekende dat soldaten aan het front zonder munitie of brandstof kwamen te zitten.
Bij de bevrijding van Nederland stelde het landschap de Amerikaanse logistiek voor bijzondere uitdagingen. Smalle dijkwegen konden de zware voertuigcolonnes nauwelijks dragen, opgeblazen bruggen moesten worden vervangen door pontonbruggen en noodconstructies, en de zachte polderbodem slokte voertuigen op die van de weg raakten. Pioniersonderdelen werkten dag en nacht om wegen te versterken, bruggen aan te leggen en doorwaadbare plaatsen in rivieren te markeren voor de colonnes die achter hen aan kwamen.
Die logistieke prestatie, grotendeels onzichtbaar voor de juichende burgerbevolking die de gevechtstroepen begroette, was even bepalend voor de bevrijding als de gevechten zelf. Zonder de duizenden chauffeurs, monteurs, koks, medici en ingenieurs die de machine draaiende hielden, hadden de gevechtstroepen aan het front niet kunnen functioneren. Het Amerikaanse leger won de bevrijding niet alleen met wapens maar ook met organisatie, planning en een industriële capaciteit die de tegenstander nooit kon evenaren.