Een convoy, in het Nederlands konvooi, is een georganiseerde groep voertuigen, schepen of vliegtuigen die samen reizen onder begeleiding van bewapende escorte om bescherming te bieden tegen aanvallen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het konvooi een van de meest fundamentele organisatieprincipes van de militaire logistiek, zowel op zee als op land.
Op de Atlantische Oceaan waren konvooien van levensbelang voor de geallieerde oorlogsinspanning. Groot-Brittannië was volledig afhankelijk van aanvoer over zee voor voedsel, brandstof, wapens en troepen. Duitse onderzeeërs, de U-boten, voerden een meedogenloze campagne om die aanvoerlijnen te verstoren. In de beginjaren van de oorlog leden de geallieerden enorme verliezen aan koopvaardijschepen. Het samenvoegen van schepen in konvooien, begeleid door oorlogsschepen en later ook door langeafstandspatrouillevliegtuigen, bleek de meest effectieve manier om de verliezen te beperken. De strijd om de Atlantische Oceaan, ook wel de Battle of the Atlantic genoemd, was in essentie een strijd om de konvooiroutes open te houden.
Op land speelden konvooien een even cruciale rol bij de bevrijding van West-Europa. Na D-Day in juni 1944 moesten enorme hoeveelheden militair materieel, brandstof, munitie en voedsel worden aangevoerd van de Normandische stranden naar het snel oprukkende front. De Red Ball Express, een non-stop vrachtwagendienst die dag en nacht reed over gereserveerde routes door Frankrijk, was in feite een aaneenschakeling van konvooien die de levensader van de geallieerde opmars vormden. Zonder die ononderbroken stroom van voorraden hadden de bevrijdende legers niet kunnen optrekken.
Bij de bevrijding van Nederland in 1944 en 1945 waren grondkonvooien het zichtbare bewijs van de geallieerde militaire machine in beweging. Colonne’s van Jeeps, vrachtauto’s, tanks en halfrupsvoertuigen trokken door bevrijde Nederlandse steden en dorpen, begroet door juichende burgers die bloemen gooiden en geallieerde soldaten omhelsden. Voor mensen die vijf jaar lang alleen Duitse militaire voertuigen hadden gezien, was de aanblik van een geallieerd konvooi een overweldigend en onvergetelijk moment.
De kwetsbaarheid van konvooien bleef echter een zorg. Duitse luchtaanvallen, Panzerfaust-schutters in bebouwd gebied en verwoeste bruggen en wegen vormden voortdurende bedreigingen. Noodbruggen en pontonconstructies waren onmisbaar om konvooien over rivieren en kanalen te loodsen, en de aanleg van die tijdelijke infrastructuur was even bepalend voor het succes van de bevrijding als de gevechtshandelingen zelf.