Munitieopslag was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de meest kritieke en gevaarlijke aspecten van de militaire logistiek. Zonder een betrouwbare voorraad munitie op de juiste plek en op het juiste moment kon geen enkel gevecht worden gevoerd, geen enkele aanval worden ondersteund en geen enkele verdediging worden volgehouden. De organisatie van munitieopslag, van de grote depots ver achter het front tot de kleine voorraden direct achter de frontlinie, was een logistieke prestatie die evenveel planning en precisie vereiste als de gevechtsoperaties zelf.
Grote munitiedepots werden aangelegd op strategische locaties die veilig waren voor vijandelijke aanvallen maar goed bereikbaar voor de transportcolonnes die de munitie naar het front brachten. In bezet Nederland gebruikte de Wehrmacht bestaande gebouwen, bunkers en ondergrondse constructies als munitieopslag, maar ook gewone schuren, fabrieken en zelfs kerken werden gevorderd voor dit doel. De aanwezigheid van een munitiedepot in een dorp of stad maakte die locatie tot een militair doelwit, met alle risico’s van dien voor de burgerbevolking in de omgeving.
Voor de geallieerden bij de bevrijding van Nederland was de logistiek van munitieopslag een voortdurende uitdaging. De snelle opmars in september 1944 betekende dat de bevoorradingslijnen gevaarlijk werden uitgerekt en dat munitievoorraden aan het front soms gevaarlijk laag raakten. Bij de gevechten langs de grote rivieren in de winter van 1944 op 1945, waarbij artillerie een centrale rol speelde, moesten enorme hoeveelheden granaten worden aangevoerd en opgeslagen in de buurt van de geschutsstellingen. Die tijdelijke munitiedepots, aangelegd in boerderijen en schuren langs de rivieroevers, waren kwetsbaar voor vijandelijk vuur en vroegen constante bewaking en organisatie.
Het opblazen van een munitiedepot, door vijandelijk vuur of door sabotage, had catastrofale gevolgen. De explosies die volgden waren kilometers ver te horen en zichtbaar, en de schade aan de omgeving kon enorm zijn. In bezet Nederland werd het opblazen van Duitse munitiedepots door het verzet een doelwit van sabotageacties die de Duitse oorlogsvoering direct troffen door hun bevoorradingsketen te verstoren.