Voor de Nederlandse burgerbevolking die de bevrijding meemaakte was de noodbrug een bijzonder symbool van herstel en hoop. Waar dagen of weken eerder nog een vertrouwde brug had gestaan, die misschien generaties lang deel had uitgemaakt van het dagelijks leven van een stad of dorp, lag nu een puinhoop van verdraaid staal en gebroken beton in het water. De opgeblazen brug was het meest zichtbare litteken dat de terugtrekkende Wehrmacht had achtergelaten, een bewijs van vernietiging die verder reikte dan het militaire: het was de afsluiting van verbindingen tussen mensen, gemeenschappen en buurten die elkaar plotseling niet meer konden bereiken.