Een schuilkelder is een versterkte of ondergrondse ruimte die mensen bescherming biedt tegen bombardementen, beschietingen en andere oorlogsgeweld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de schuilkelder in Nederland een vertrouwd en onmisbaar onderdeel van het dagelijks leven, zowel in steden als op het platteland.
Na de inval in mei 1940 en de verwoesting van Rotterdam door het Duitse bombardement, drong het besef door dat luchtaanvallen een reële en dodelijke dreiging waren voor de burgerbevolking. Gemeenten, bedrijven en particulieren begonnen schuilkelders aan te leggen of bestaande kelders te versterken. In steden werden openbare schuilkelders gebouwd waar grote groepen mensen tegelijk bescherming konden zoeken. Particulieren verstevigden hun eigen kelders met zandzakken, extra stutten en noodvoorraden.
Het leven in de schuilkelder was een directe uiting van de angst en onzekerheid die de bezetting met zich meebracht. Bij het loeien van het luchtalarm grepen mensen hun meest waardevolle bezittingen, identiteitspapieren, spaargeld, familiefoto’s, en haastten zich naar de dichtstbijzijnde schuilruimte. In de kelder wachtten zij in het donker, omringd door buren en vreemden, luisterend naar het geluid van vliegtuigmotoren en explosies boven hun hoofd. De spanning van niet weten waar de bommen zouden vallen was vaak erger dan het geluid van de inslag zelf.
Voor onderduikers had de schuilkelder een extra dimensie. Mensen die zich verborgen hielden voor de bezetter konden bij een luchtalarm niet naar een openbare schuilkelder gaan zonder het risico ontdekt te worden. Zij bleven achter in hun schuilplaats, gevangen tussen het gevaar van bommen boven en de dreiging van ontdekking beneden.
Bij de gevechten tijdens de bevrijding in 1944 en 1945 werden kelders en schuilruimtes opnieuw intensief gebruikt. In steden en dorpen waar werd gevochten, zochten burgers bescherming in kelders terwijl boven hun hoofd gevechten woedden tussen terugtrekkende Duitsers en oprukkende geallieerden. Sommigen brachten dagen of weken door in die kelders, met minimaal voedsel en water, wachtend op het moment dat de schietpartijen ophielden en de bevrijding een feit was.