De Duitse inval in Nederland begon in de vroege ochtend van 10 mei 1940 en duurde slechts vijf dagen voordat Nederland capituleerde. Het was een aanval die de Nederlandse bevolking volledig verraste, ondanks de signalen die er al maanden waren dat een inval op handen was. Nederland had geprobeerd neutraal te blijven, zoals in de Eerste Wereldoorlog, en de regering had gehoopt dat die neutraliteit ook ditmaal zou worden gerespecteerd. Die hoop bleek ijdel.
De aanval was onderdeel van de bredere Duitse westelijke offensief, Fall Gelb genaamd, waarbij tegelijkertijd ook België, Luxemburg en Frankrijk werden aangevallen. Voor Nederland waren de eerste uren bijzonder verwarrend en chaotisch. Duitse Fallschirmjäger landden bij strategische doelen: de bruggen bij Moerdijk en Dordrecht, het vliegveld Waalhaven bij Rotterdam en in Den Haag zelf, waar een poging werd gedaan de Nederlandse regering en het koninklijk huis gevangen te nemen. Die poging mislukte: koningin Wilhelmina en de regering wisten te ontkomen naar Engeland, vanwaar zij de strijd zouden voortzetten.
Het Nederlandse leger vocht terug, harder dan de Duitsers hadden verwacht. Bij de Grebbeberg in de Betuwe werd hevig gevochten, en bij de luchtgevechten boven de Hollandse wateren verloor de Luftwaffe aanzienlijk meer vliegtuigen dan gepland. Maar de overmacht was te groot. Terwijl het Nederlandse leger probeerde stand te houden, rukten Duitse pantserdivisies vanuit het oosten op en werd de verbinding tussen de verdedigingslinies doorgesneden.
Op 14 mei 1940 viel het beslissende moment. Duitse bommenwerpers verwoestten het centrum van Rotterdam in een bombardement dat circa 900 mensen het leven kostte en een dreigement van verdere bombardementen op andere steden met zich meebracht. De volgende dag capituleerde het Nederlandse leger, hoewel de strijd in Zeeland nog enkele dagen voortduurde. Koningin Wilhelmina riep vanuit Londen op tot voortgezette strijd, maar voor de bevolking op Nederlands grondgebied begon die dag een bezetting die vijf jaar zou duren.
De vijf meidagen van 1940 lieten diepe sporen na in het Nederlandse collectieve geheugen en vormen het beginpunt van alles wat het museum zichtbaar maakt: bezetting, verzet, schaarste en uiteindelijk bevrijding.