Het bruggenhoofd bij Nijmegen was in september 1944 een van de meest betwiste en strategisch cruciale posities van de hele bevrijdingsstrijd in Nederland. De brug over de Waal, de langste rivier van Nederland en een formidabel natuurlijk obstakel, moest intact worden veroverd om de corridor naar Arnhem open te houden. Zonder die brug was de hele opzet van Operatie Market Garden gedoemd te mislukken.
De verovering verliep anders dan gepland. Amerikaanse para’s van de 82nd Airborne Division landden op 17 september 1944 ten zuiden van Nijmegen maar slaagden er in de eerste uren niet in de brug te bereiken en te bezetten. Duitse eenheden verdedigden de bruggenhoofden aan beide zijden van de Waal met hardnekkige tegenstand, terwijl de Britten van XXX Corps die via de grond oprukten vertraging opliepen op Hell’s Highway. Kostbare uren en dagen verstreken terwijl de para’s bij Arnhem steeds meer in de problemen kwamen.
Op 20 september 1944 werd een van de meest gedurfde militaire acties van de hele bevrijdingsstrijd uitgevoerd. Ongeveer 260 Amerikaanse para’s van de 82nd Airborne staken in lichte canvas bootjes de brede, snel stromende Waal over, op klaarlichte dag en onder zwaar Duits vuur. De oversteek kostte enorme verliezen maar slaagde: para’s vestigden een bruggenhoofd aan de noordelijke oever terwijl Britse tanks tegelijkertijd de brug vanuit het zuiden aanvielen. De brug werd die avond veroverd, als een van de weinige doelen van Market Garden die volledig werden bereikt.
Voor Nijmegen en omgeving betekende de strijd om het bruggenhoofd zware schade aan de stad en burgersslachtoffers onder de bevolking. Huizen, kerken en historische gebouwen werden verwoest in de gevechten die door de straten woedden. De bevrijding van Nijmegen was een feit, maar de prijs was hoog en de teleurstelling over het mislukken van de doorbraak naar Arnhem overschaduwde de vreugde van de bevrijding.