Onderduiken was tijdens de Duitse bezetting van Nederland het verbergen van mensen die gevaar liepen door de bezetter te worden opgepakt, gedeporteerd of gedood. De term verwijst naar het letterlijk afdalen onder de oppervlakte van de samenleving, onzichtbaar worden voor de bezetter door te verdwijnen uit het officiële leven. Mensen die onderdoken werden onderduikers genoemd, en de mensen die hen verborgen hielden onderdaakgevers of helpers.
De groepen die onderdoken waren divers. Joodse Nederlanders vormden de grootste groep: naarmate de deportaties toenamen en het lot van de gedeporteerden steeds duidelijker werd, kozen meer families voor de onderduik als laatste redmiddel. Naast joodse Nederlanders doken ook mannen onder die dreigden te worden opgepakt voor dwangarbeid in Duitsland, verzetsmensen die door de bezetter werden gezocht, deserteurs van het Nederlandse leger en later ook geallieerde vliegeniers die boven bezet gebied waren neergeschoten.
Het onderduiken stelde enorme eisen aan zowel de onderduikers als hun helpers. Onderduikers moesten weken, maanden of soms jaren in beperkte ruimtes leven, zonder bewegingsvrijheid, zonder frisse lucht en in voortdurende angst voor ontdekking. Elke onverwachte bezoeker, elk geluid van buiten en elke razzia in de buurt betekende een periode van verhoogde spanning. Kinderen die niet mochten huilen, volwassenen die niet mochten hoesten en families die hun normale leven moesten voortzetten terwijl zij vreemden verborgen hielden: de psychologische druk was enorm.
Voor de helpers was het risico immens. Ontdekking betekende arrestatie, deportatie naar een concentratiekamp en vaak de dood. Toch kozen tienduizenden Nederlanders ervoor mensen te verbergen, gedreven door morele overtuiging, religieus geloof, vriendschap of simpelweg de onmogelijkheid om weg te kijken van het onrecht dat zich voor hun ogen voltrok.
Naar schatting doken tijdens de bezetting tussen de 300.000 en 350.000 Nederlanders onder. Van de ongeveer 28.000 joodse onderduikers overleefden er ongeveer 16.000 de oorlog. Die cijfers vertellen een verhaal van moed en solidariteit, maar ook van verraad, schaarste en de alledaagse druk van leven in het verborgene.