Tientallen jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog steken de betonnen massa’s van Duitse bunkers nog altijd op uit de Nederlandse duinen, dijken en weilanden. Ze zijn te groot om te slopen, te massief om te negeren en te beladen met geschiedenis om te vergeten. De manier waarop Nederland omgaat met die betonnen erfenis is een verhaal op zichzelf, een verhaal over herinnering, erfgoed en de vraag wat een samenleving wil bewaren van haar donkerste periode.
In de eerste jaren na de bevrijding waren de bunkers vooral een praktisch probleem. Sommige werden gesloopt waar dat mogelijk was, andere werden hergebruikt als opslagruimte, schuilplaats voor vee of zelfs als tijdelijke woning in een land dat kamte met een ernstig woningtekort. Die pragmatische herbestemming zette de toon voor de decennia die volgden: de bunkers werden onderdeel van het landschap zonder dat er een bewuste keuze werd gemaakt over hun betekenis of hun toekomst.
Pas later, naarmate de generatie die de bezetting had meegemaakt ouder werd en het besef groeide dat de materiële resten van de oorlog zouden verdwijnen, ontstond een beweging om bunkers te beschermen en toegankelijk te maken als erfgoed. Organisaties als de Stichting Atlantikwall en lokale historische verenigingen begonnen bunkers te inventariseren, te restaureren en open te stellen voor bezoekers. Op plaatsen als Hoek van Holland, IJmuiden en langs de Zeeuwse kust werden bunkers omgebouwd tot kleine musea of onderdeel van wandelroutes die de geschiedenis van de Atlantikwall zichtbaar maakten.
Die ontwikkeling roept ook vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Een gerestaureerde bunker is een monument voor de bezetting, maar voor wie precies? Voor de slachtoffers van de bezetter die er achter de muren werden bewaakt? Voor de soldaten die er in leefden? Of simpelweg voor de geschiedenis zelf, als tastbaar bewijs dat dit is gebeurd en dat het niet vergeten mag worden? Oorlogsmuseum Medemblik staat in die traditie van bewaren en herinneren, wetende dat objecten als bunkers meer vertellen dan woorden alleen kunnen uitdrukken.