De antitankgracht was zelden een op zichzelf staand verdedigingswerk maar onderdeel van een geïntegreerd systeem van hindernissen, stellingen en vuurposities dat de geallieerde opmars zo lang mogelijk moest vertragen. In Nederland, waar de waterrijke bodem het graven van diepe grachten relatief eenvoudig maakte, werden antitankgrachten gecombineerd met bestaande waterlopen, mijnenvelden, prikkeldraadversperringen en mitrailleurposities tot verdedigingslinies die de geallieerde pioniers voor complexe en gevaarlijke uitdagingen stelden.
De aanpak van een antitankgracht vereiste systematische voorbereiding en uitvoering. Artillerie en mortieren beschoten eerst de verdedigingsposities rondom de gracht om de bemanning te dwingen dekking te zoeken en hun vuurkracht te verminderen. Rookgordijnen werden gelegd om de bewegingen van de pioniers aan het oog van de verdediger te onttrekken. Dan gingen de pioniers zelf aan het werk, onder dekking van infanterie die de randen van de gracht bewaakte en elk teken van vijandelijke tegenstand onmiddellijk beantwoordde.
De technieken om een antitankgracht te overbruggen varieerden afhankelijk van de breedte, diepte en terreinomstandigheden. De eenvoudigste methode was het vullen van een gedeelte van de gracht met aarde, puin of zandzakken om een doorwaadbare doorgang te creëren. Voor bredere grachten werden prefab brugpanelen gebruikt, soms bevestigd aan een speciaal aangepaste tank die de brug als een legger voor zich uit duwde en over de gracht plaatste zonder dat pioniers in het open veld hoefden te werken. Die zogenoemde bridgelaying tanks, uitgerust met een opklapbare Baileybrug, konden een overgang creëren in minuten in plaats van uren.
Bij de bevrijding van Nederland werden antitankgrachten aangetroffen in verdedigingslinies langs de grote rivieren, rondom steden en bij strategische punten die de Duitsers zo lang mogelijk wilden vasthouden. Elke gracht die werd overwonnen was een stap dichter bij de bevrijding, maar ook een bewijs van de prijs die die bevrijding vroeg van de mannen die in het open veld werkten terwijl de vijand probeerde hen tegen te houden.